Laatste handige schema van Fred!

Vergelijking Moore , Austin,.

 

George Eduard Moore (1873-1958) John L. Austin (1911-1960)
·        Gezond verstand: De aannames van de scepticus zijn veel minder redelijk en rationeel dan de aannames van het gezond verstand: het sceptisch alternatief.

·       Contextualisme:

Of iemand iets weet hangt af van de maatstaf waaraan we precies afmeten en die maatstaf wordt bepaald door de context.

·       Internalistische benadering: door de ogen van de persoon van “binnenuit” wordt bepaald of iemand al dan niet terecht iets kan weten.

·       Soms zijn er hoge eisen aan kennis

Soms zijn er lage eisen aan kennis.

·       Schilderij -paradox

·       Wapperende handen: bestaan van dingen buiten ons (buitenwereld) bewezen, er bestonden twee handen op tijdstip waarnemen en voorafgaand want ik kan ze waarnemen.

·       Empirist

·       Drie voorwaarden voor een strikt bewijs:

–          Premisse die ik aanvoer als bewijs voor de conclusie moet verschillen van de conclusie

–          Premisse is het geval ( en niet wat ik geloof, waar iik niet zeker van ben of iets wat wel waar is maar dat ik dat niet wist)

–          Conclusie moet ui de premissen voortvloeien.

·       Moore kan dingen weten die hij niet kan bewijzen door zich te beroepen op gezond verstand dat is overtuigend en evident.

·       Het is onmogelijk vergaande sceptische alternatieven als dromen te bewijzen ,maar op grond van gezond verstand weet hij dat hij niet droomt.

·       Contextualisten zitten dicht bij Epistemologisch Scepticisme. Zodra veel op het spel staat of zodra de betrokken persoon zich rekenschap geeft van een sceptisch alternatief, is kennis voor hem iof haar onmogelijk geworden.

·       Gewone taal filosoof: ons dagelijkse taal is een belangrijke vindplaats voor kennis.

·       Onze taal bevat schat aan informatie over:- buiten wereld

– binnen wereld,- de relatie tussen buitenwereld en binnenwereld.

·       Relevantisme; “weten dat” betekent: als het redelijkerwijs en in voorliggende context “niets anders kan zijn” dan p: dan is er geen ruimte voor een alternatieve , concurrerende beschrijving.

·       Genoeg is genoeg; Je hoeft niet alle mogelijke sceptische alternatieven uit te sluiten

·       Om eenvoudige feiten te kunnen weten hoeven geen complexe vergezochte alternatieven worden uitgesloten.

·       Kennis lijkt afhankelijk van toevalstreffers. Of een persoon weet heeft van een sceptisch alternatief heeft te maken met geluk. Dat gaat buiten de persoon om.

·       Externalistische benadering: mogelijkheid van kennis wordt van buitenaf bekeken.

·       Puttertje: voldoende voorwaarde

·       Andere relevantisten: Novick, Dretske : Zebra –paradox (Dretske)

·       Deductieve geslotenheid: om eenvoudige dingen te kunnen weten moeten complexe zaken uitgesloten te worden. (=beweer zin 3 in scept. Paradox)

·       Woorden om te classificeren zijn in elke taal te gering in aantal en nauwkeurigheid vergeleken met het oneindige aantal kenmerken die herkend worden. Wij kunnen bv. niet in woorden uitleggen hoe “bitter” smaakt

·       “vanwege” en “aan” = reddende vaagheid

·       “omdat” = ondubbelzinnigheid, “kunnen bewijzen dat”.

 

Handig schema van Fred!

Vergelijking Descartes , Hume.

 

René Descartes  (1596-1650) David Hume(1711-1776)
·        Grondlegger van de moderne westerse filosofie

·       Rationalist.

·       Cartesiaans dualisme:

Absolute scheiding tussen lichaam en geest.

Lichaam is stoffelijk en neemt ruimte in. (res extensa)

De geest is onstoffelijk en neemt geen ruimte in. (res cogitans).

·       Pijn appelklier:  dat lost het probleem van de verbinding tussen geest en lichaam op.

·       Dieren hebben geen geest en bestaan alleen uit alleen uit materie.

·       Stekt dat de geest los gedacht kan worden van het lichaam (ciculaire redenering)

·       Radicaal twijfel experiment: Ik denk dus ik besta. (cogito ergo sum)

·       Introspectie: de directe exclusieve toegang tot de eigen bewustzijns inhouden.

·       Het ‘ik” in “ik denk , dus ik besta” is intrinsiek soliptistisch. Het “ik “ (zelf)is een bewustzijnsvorm die:

–          niet uitgebreidheid in de ruimte

–          Niet noodzakelijk is gelokaliseerd in een lichaam

–          Die overtuigd kan zijn van zijn eigen bestaan als res cogitans en van zijn eigen bestaan alleen.

–          Ondeelbaar.

·       Ik ben in strikte zin alleen maar een “denkend ding” (substantie)

·       Van een “denkend ding “ kan je geen voorstelling maken want dan maak je een vorm of een beeld van een lichamelijk ding.

·       Was-experiment: laat zien dat lichamen niet door zintuigen of door voorstellingsvermogen, maar alleen door het verstand worden waargenomen alleen op grond van het begrijpen.

·       Zintuiglijke waarneming is betwijfelbaar. Mijn geest is direct waar te nemen en dus zeker.

·       Buiten onze ervaring is er niets.

·       Empirist

·       We zijn niet meer dan een bundel ervaringen en herinneringen.

·       Vergelijking met ui: er blijft geen kern over.

·       Het zelf is een bundel ervaringen, overtuigingen en herinneringen die continu komen en gaan, continu in beweging.

·       Het “zelf” staat niet los van ons en kan niet los worden gedacht.

·       Persoonlijke identiteit is een fictieve eigenschap die we ons verbeelden.

·       Identiteit is niet bestendig en niet onafhankelijk

·       Het geheugen is cruciaal als bron van onze identiteit.

·       Herinnering ontdekt de identiteit door ons te tonen wat het oorzakelijk verband is tussen onze verschillende percepties.

·       Identiteit berust op:

–          Gelijkenis

–          Nabijheid

–          Causaliteit / oorzakelijkheid

 

 

 

4 continentale filosofen op een A4 locatie

Studiegenoot Fred stuurde met het oog op het komende tentamen een handige studievergelijking van 4 filosofen.

Even kopieren en op een A4 tje plakken, (landscape) daarna printen.

 

“Probleem van de andere geesten” volgens Husserl, Merleau-Ponty, Sartre en Levinas. ET 73.

 

Edmund Husserl (1859-1938) Maurice Merleau-Ponty (1908-1961) Jean Paul Sartre (1905-1980) Emmanuel Levinas (1906-1995)
·       Grondlegger fenomenologische methode

·       Hij stelt voor de wereld “tussen haakjes” te zettenen ons alleen te richten op onze ervaringen.

·       De buiten wereld kan nooit weggedacht worden omdat ervaringen altijd intentionaliteit hebben.

·       Intentionaliteit: de gerichtheid van het bewustzijn op de (buiten) wereld.

·       Onze ervaring van de werkelijkheid is gegrond in onze waarneming van andere personen als wezens die net zo’n “ik” hebben als ikzelf ( alter ego’s)

·       Het bewustzijn is altijd op iets anders gericht  dan op zichzelf: je kunt niet denken, kijken of voelen zonder aan iets te denken, kijken , voelen.

 

·       Geïnspireerd door fenomenologische methode

·       Lichaam als uitgangspunt ( niet het denken)

·       “het uitstaan naar de wereld” De relatie tussen mensen en hun wereld staat centraal

·       Mensen zijn hun lichaam (ipv hebben een lichaam)

·       “het decentreren van het subject” ; de wereld is niet daarbuiten, maar omvat de mens.

·       Het lichaam bepaalt hoe we de wereld waarnemen. ( als je klein bent heb je een ander standpunt dan als je klein bent, als je moe bent of  ziek bent verschijnt de wereld op een andere manier dan wanneer je fit en gezond bent.

·       Eerst komt het lichaam dan pas het denken.

·       Onze ervaring van de wereld is afhankelijk van de ervaring van een sociale wereld.

 

 

·       Geïnspireerd door fenomenologische methode

·       Existentialisme: gaat uit van de menselijke ervaring van het bestaan.

·       Het zijn van de natuur is “en soi” ( voor zich). De natuur valt met zichzelf samen en is zich niet bewust van zichzelf

·       Alleen mensen zijn “pour soi” (voor zich). Zijn zich bewust van hun bestaan.

·       Mensen geven hun leven betekenis itt dieren.

·       Menselijke natuur ligt niet vast. We hebben geen aangeboren karakter, doel,plan en geen God die ons vormt

·       Het menselijk bestaan betekent keuzes maken.

De mens heeft alle

verantwoordelijkheid voor hun

eigen leven.

·       “De mens is veroordeeld tot vrijheid.Wie verantwoordelijk-heid ontloopt is te kwader trouw aan zijn mensheid.

·       “De Ander”staat centraal.

·       De Ander is altijd belangrijker dan “ik”

·       Wat “ik” ben wordt bepaald door “de Ander”.

·       Er gaat een direct ethisch appèl uit van de Ander in onze waarneming van zijn/ haar gelaat.

·       Dit appèl geeft mijn leven inhoud.

·       Dankzij “de Ander” kan ik uit mijn beperkte zelfgenoegzaamheid ( uit het gesloten cirkeltje van het “ik”) stappen.

·       De Ander maakt mij vrij.

·       “De mens wordt aangesproken op zijn vrijheid”

·

 

 

 

 

3 maart 2017 lezing over Levinas

De Franse Joodse filosoof Emmanuel Levinas is een van de grootste en meest actuele filosofen van de 20ste eeuw. Hij is vooral bekend door zijn filosofie over de ‘Ander’, of beter: de relatie met de ander. Alleen in de ontmoeting met de ander ontstaat er zoiets als waarde of moraal. Vanwege de ander heb je een plicht om ethisch te handelen, om het goede te doen. Hoe verhoudt het hooggestemde betoog van Levinas over de ‘Ander’ zich tot het gewone leven, waarin men ook weleens iemand voorbij wil kunnen lopen zonder uitdrukking te geven aan de ontmoeting?

In de lezing vertelt Jan Keij wat de praktische waarde is van de filosofie van Levinas en wat dit betekent in het alledaagse leven van iedereen. Hoewel filosofie over het algemeen moeilijk te vatten is, weet Jan Keij deze filosofie voor iedereen gemakkelijk en eenvoudig begrijpbaar te maken.

Jan Keij studeerde filosofie aan de Universiteit van Amsterdam (doctoraal 1985, cum laude). In 1987 kreeg hij een promotieaanstelling als wetenschappelijk onderzoeker aan diezelfde universiteit. Heen en weer geslingerd tussen zijn twee grote liefdes in de filosofie, Nietzsche en Levinas, koos hij na lang dubben voor een promotie op de filosofie van de Franse denker Emmanuel Levinas.

De lezing zal plaatsvinden om 20.00 uur op vrijdag 3 maart 2017 in de Sjoel van Brielle, Turfkade 16, Brielle (dichtbij de HEMA). De toegang is gratis. U kunt reserveren via woutvankeulen@upcmail.nl of wimcoboer@gmail.com. Vooraf reserveren wordt aanbevolen om zeker te zijn van een zitplaats want vol is vol.

Deze lezing is medegeorganiseerd door de VrijMetselarij voor Vrouwen Nederland” (VmVnl).

Kort verslag lezing Descartes

“Is er een buitenwereld?” Tot op het moment waarop René Descartes die vraag stelde hadden nog maar weinig mensen zich hiermee bezig gehouden. Met het stellen van die vraag begon in de 17e eeuw de discussie over de vraag of je het bestaan van die buitenwereld kan bewijzen, zo vertelde de historicus professor dr. Han van Ruler aan de ongeveer 20 geïnteresseerde toehoorders die op 23 februari 2017 de lezing over Descartes bezochten.

De schotse filosoof David Hume maakte volgens Van Ruler een einde aan die ‘rare discussie’ waarmee het bestaan van een buitenwereld moet worden aangetoond. Hume stelde gewoon dat er een buitenwereld is. Helder, maar natuurlijk wel een vorm van filosofische capitulatie.

Wat Descartes met zijn vraag over het bestaan van een buitenwereld bedoelde en wilde bereiken is, zo vertelde Van Ruler, nooit echt duidelijk geworden. Want wat wilde hij bewijzen,

  • het bestaan van een ziel? Of;
  • het bestaan van God?

Als historicus is Van Ruler op een iets andere  manier dan filosofen te werk gegaan om de drijfveer achter het gedachtenexperiment van Descartes te ontdekken. Het meest frappante uit dit onderzoek was volgens Van Ruler dat Descartes zich afzette tegen het scepticisme door juist op dezelfde manier, als sceptist, te denken. Daarbij dacht Descartes op een andere manier dan beschreven in ‘Het voordeel van de twijfel’. Descartes was “in een heel andere rode draad geïnteresseerd.” Hij was geïnteresseerd in antwoorden op duidelijke vragen over het scepticisme. Maar, in plaats van antwoorden creëerde hij met die vragen een nieuw soort scepticisme . Geen antwoorden, maar de vragen bleven. Juist dat, die vragen die blijven maakt Descartes ook nu nog interessant.

Descartes begon zijn wetenschappelijke loopbaan als wiskundige. Uit zijn werk blijkt dat hij nooit getwijfeld heeft aan de waarheid van kennis. Zo schreef hij in 1620 een artikel over de breking van licht met behulp van optica. Gaf hij een verklaring voor het ontstaan en bestaan van de regenboog. Uiteindelijk wilde Descartes de hele wereld beschrijven met behulp van het bestaan van materie en beweging. Dat deed hij door het procesmatig beschrijven van mechanismen en deeltjes. Grappig voorbeeld van een theorie van Descartes was dat hij dacht dat door de omwenteling van de maan deeltjes werden samengeperst die deeltjes drukten vervolgens op de zee waardoor er eb en vloed ontstond.

Vanuit die wetenschappelijke kennis toen kwam Descartes op de gedachte dat er een verschil bestaat tussen hoe je in de binnenwereld de buitenwereld ervaart en hoe de buitenwereld er echt uitziet. Dat maakt dat onze binnenwereld in de visie van Descartes niet valt te beschrijven op de manier waarop we de buitenwereld beschrijven. In de binnenwereld krijgen we primaire ervaringen die we van nature van God hebben gekregen. Denk bijvoorbeeld aan licht, smaak en geluid. Die informatie zorgt ervoor dat we kunnen overleven, maar: het is geen betrouwbare informatie! Geen wetenschappelijke informatie. Neem bijvoorbeeld het ervaren van stank. Dat ervaar je in de binnenwereld als een waarschuwing. Maar die geur vormt in de buitenwereld, de plek buiten onszelf een natuurproces.

Het zijn van wetenschapper maakt ook het beeld van het gedachte-experiment anders. De boze-demon is er vanuit die optiek niet om de wereld te verklaren maar juist om twijfel te zaaien. Het totale niet weten is niet de inzet van Descartes. Wel wil hij daarmee de waarheid tussen haakjes plaatsen.

Volgens Descartes kan een mens met verstand en ervaring plus kennis van deeltjes en beweging reconstrueren hoe ervaring tot stand komt. Clou van het verhaal is natuurlijk dat Descartes zijn werk helemaal niet op de voor hem zo betrouwbare ervaring kon baseren omdat die ervaring niet betrouwbaar was. Wat bleef waren de vragen.

GASTCOLLEGE FENOMENOLOGIE

ROTTERDAM – Maandag 13 februari 2017 woonden een dertigtal VWO-filosofie leerlingen van diverse scholen het gastcollege van Dr. W.A. Prins bij. Tijdens dit college besteedde Prins als voorbereiding van het komende VWO examen aandacht aan de fenomenologie[1] aan de hand van ‘Het voordeel van de twijfel’. Prins gebruikte hiervoor, zo zei hij: “de methode van loskloppend denken”. Een milde variant van het ‘kloppen met de hamer’ van Nietsche. Met het ‘loskloppend denken’ wilde Prins zijn toehoorders laten meedenken en de eigen gedachten talen analyseren. Als je dat doet, zo vertelde Prins: ‘kom je even ruimer in je hoofd’.

Aan de hand van de allegorie van de grot vertelde Prins dat we vastgeketend zijn in vaste patronen. De manieren waarop we denken vinden we vanzelfsprekend. We moeten daarom werken aan ‘inter’- ‘esse’ het innemen van een andere positie. Bij de grotallegorie staat het aanschouwen van de zon centraal. Wittgenstein daarentegen sprak van het steeds oplichten (van licht) in het duister. Hij noemde dat ‘lichtung’, waarbij de werkelijkheid zich steeds op andere manieren aan je voordoet. Aan de hand van andere korte voorbeelden bereidde Prins zijn toehoorders voor op een beschouwing van de tekst van het lesboek. Een boek dat Prins als betitelde als: “leuk geschreven, alleen ben ik het er niet mee eens”.

Robotica
Met name de tekst over het onderwerp robotica vond Prins behoudend. “De menselijke interactie wordt zwaar overschat,” vertelde hij. Dus: waarom zou je net als in het boek de robotica wantrouwen? Hoe we over onszelf denken, wordt steeds meer uitgedrukt in taal die verwijst naar machines. Computerprogramma’s maken dat er steeds ‘iemand’ voor je klaar staat. En in Japan hebben ouderen de beschikking over een robothondje als gezelschap. Dat maakt de visie van schrijver De Mey ‘conservatief’ in de beleving van Prins.

Descartes
Waarom zou je het bestaan van een buitenwereld moeten bewijzen? Waarom spreken sommige filosofen over objecten en subjecten? Prins vond dit zo zei hij: “een rare manier van denken”. Ook het denkexperiment van Descares vond hij in die lijn raar. Want waarom bewijs je het bestaan van een buitenwereld met het feit dat je denkt en bijvoorbeeld niet door te zeggen: “ik denk want ik heb een moeder gehad”.

Toegankelijk
Ook het idee dat de eigen gedachten meer direct toegankelijk zijn dan die van een ander is discutabel, zo zei Prins. “Je komt helemaal niet zo makkelijk bij jezelf”. Voor wie die ervaring wil teruglezen verwees hij naar het boek Misdaad en straf van de schrijver Dostojewski. Veel van de ideeën van filosofen rekent Prins tot pseudo problemen. Net zoals de stelling over het bestaan van andere geesten een pseudo probleem is. Een echt probleem is bijvoorbeeld de omgang met andere geesten.

Lessen uit het boek
Vanuit ons bewustzijn zijn wij gericht op intensionaliteiten. We richten ons daarmee op een intensionaal object. Het is het bewustzijn wat zijn gedachten denkt. Die gedachten vormen ons alter ego. Dat maakt dat je de ander alleen maar kan denken als ‘ik’. Zo vertelde Prins als inleiding voor het denken over Hussler. Aan de hand van het denken als ik resteert een trancendentaal bewustzijn. Dat zag er op het bord ongeveer zo uit:

BEWUSTZIJN  (alle mentale fenomenen)   >            INTENSIONALITEIT gericht         >            INTENSIONEEL OBJECT

Sartre (Cartesiaan en Russelliaan)
Volgens Prins was één van de gedachten van Sartre dat bij iedereen die je niet ziet je de ander kan denken. Dat maakt dat je die ander reduceert tot wat je van hem of haar ziet. Als voorbeeld noemde hij een meisje wat examen doet (en niet spiekt). De leraar komt en zegt: “jij spiekt”. Door die actie wordt het meisje gereduceerd tot iemand die gespiekt heeft. “De hel dat zijn de anderen”. Anderen worden gereduceerd tot wat ze voor je zijn. Daarmee doe je die ander altijd tekort.

Levinas
“De ander is een gat in de horizon”. (aanvullen)

 

[1]             Door Edmund Husserl ontwikkelde filosofische methode, die een heel nieuwe benadering van kennis voorstelt. De fenomenologische methode richt zich niet op de concrete dingen en hun samenhang, maar wil doordringen tot het wezen en de betekenis van de dingen, door middel van geestelijk-intuïtieve beschouwing.

OefenSofie

Beste studiebollen,
Zoals ik donderdag heb toegezegd, heb ik een methode opgezet waarmee je aan de hand van de eindtermen kunt oefenen in het formuleren van antwoorden. Dat kan op de (nieuwe/tijdelijke) website http://oefensofie.wvr.ccBedoeling is dat jij, samen met andere klasgenoten, probeer antwoorden gaat geven op een gekozen eindterm. Daarna kan iedereen die dat wil op jouw antwoord aanvullingen en verbeterpunten geven. Met behulp van de website kan je dat waar en wanneer je dat wilt doen. Ook kan je van elke eindterm een pdf of printje maken. En, je kunt je werk gerust eerst in Word wegschrijven om het daarna te knippen en te plakken.

Houd rekening met het volgende:
De artikelen zijn van hoog naar laag genummerd, zoeken kan via de zoekfunctie en via de functie categorieën (de hoofdstuk-indeling van het voordeel van de twijfel). Je vindt die functies terug in de rechterkolom van de website. (afbeelding 1).

afbeelding 1

afbeelding 1

Je kan reageren door op ‘laat een reactie achter’ links van de betreffende eindterm te klikken. (afbeelding 2). Daarna kan je jouw reactie schrijven (plakken). Vervolgens moet je je (voor)naam invullen en je E-mailadres. Doe je dat de eerste keer, dan moet ik jouw reactie eerst goedkeuren voordat die op de site verschijnt. (Dit om allerlei grappenmakers te weren). Is dat één keer gedaan, dan komt je reactie in het vervolg direct op de site. Anderen zien dat (met alleen je gekozen naam) meteen in de rechterkolom onder het kopje: ‘recente reacties’.

afbeelding 2

afbeelding 2

Ik denk dat we op deze manier snel van elkaar kunnen leren. Daarnaast kan onze juf simpelweg reacties kopiëren en plakken om die zo in de les even door te nemen.

Succes, gebruikt het contactformulier op VaVoSofie zo nodig om eventuele vragen en opmerkingen naar mij te sturen!

Voor de snelle beslisser!

Boekpresentatie Henk Oosterling. M.m.v. René ten BosZaterdag 29 november 2016 wordt in boekhandel Donner in Rotterdam de Japanse filosofie uitgelegd door een van de oorspronkelijkste filosofen van Nederland, Japan-kenner en voormalig Nederlands kampioen kendo Henk Oosterling. Toegang is gratis.

In ‘Waar geen wil is, is een weg’ laat Henk Oosterling zien wat een interculturele uitwisseling tussen Japan en het Westen kan betekenen voor een toekomstige wereld waarin duurzaamheid en samenwerking cruciale thema’s zijn. In Japanse vechtsporten leer je door intensieve training ‘met je lichaam’ denken. Voorbij het ik: ‘waar geen wil is, is een weg’. Deze martiale uitgangspunten werken door in de Japanse cultuur en filosofie. Dit oosterse denken staat haaks op de ideeën van de westerse verlichting, maar kent verrassende raakpunten met de moderne Franse filosofie. Aan de hand van deze tegenstellingen en dwarsverbanden maakt Oosterling de Japanse filosofie toegankelijk en begrijpelijk voor de westerse lezer.

(Met dank aan Els!)