GASTCOLLEGE FENOMENOLOGIE

ROTTERDAM – Maandag 13 februari 2017 woonden een dertigtal VWO-filosofie leerlingen van diverse scholen het gastcollege van Dr. W.A. Prins bij. Tijdens dit college besteedde Prins als voorbereiding van het komende VWO examen aandacht aan de fenomenologie[1] aan de hand van ‘Het voordeel van de twijfel’. Prins gebruikte hiervoor, zo zei hij: “de methode van loskloppend denken”. Een milde variant van het ‘kloppen met de hamer’ van Nietsche. Met het ‘loskloppend denken’ wilde Prins zijn toehoorders laten meedenken en de eigen gedachten talen analyseren. Als je dat doet, zo vertelde Prins: ‘kom je even ruimer in je hoofd’.

Aan de hand van de allegorie van de grot vertelde Prins dat we vastgeketend zijn in vaste patronen. De manieren waarop we denken vinden we vanzelfsprekend. We moeten daarom werken aan ‘inter’- ‘esse’ het innemen van een andere positie. Bij de grotallegorie staat het aanschouwen van de zon centraal. Wittgenstein daarentegen sprak van het steeds oplichten (van licht) in het duister. Hij noemde dat ‘lichtung’, waarbij de werkelijkheid zich steeds op andere manieren aan je voordoet. Aan de hand van andere korte voorbeelden bereidde Prins zijn toehoorders voor op een beschouwing van de tekst van het lesboek. Een boek dat Prins als betitelde als: “leuk geschreven, alleen ben ik het er niet mee eens”.

Robotica
Met name de tekst over het onderwerp robotica vond Prins behoudend. “De menselijke interactie wordt zwaar overschat,” vertelde hij. Dus: waarom zou je net als in het boek de robotica wantrouwen? Hoe we over onszelf denken, wordt steeds meer uitgedrukt in taal die verwijst naar machines. Computerprogramma’s maken dat er steeds ‘iemand’ voor je klaar staat. En in Japan hebben ouderen de beschikking over een robothondje als gezelschap. Dat maakt de visie van schrijver De Mey ‘conservatief’ in de beleving van Prins.

Descartes
Waarom zou je het bestaan van een buitenwereld moeten bewijzen? Waarom spreken sommige filosofen over objecten en subjecten? Prins vond dit zo zei hij: “een rare manier van denken”. Ook het denkexperiment van Descares vond hij in die lijn raar. Want waarom bewijs je het bestaan van een buitenwereld met het feit dat je denkt en bijvoorbeeld niet door te zeggen: “ik denk want ik heb een moeder gehad”.

Toegankelijk
Ook het idee dat de eigen gedachten meer direct toegankelijk zijn dan die van een ander is discutabel, zo zei Prins. “Je komt helemaal niet zo makkelijk bij jezelf”. Voor wie die ervaring wil teruglezen verwees hij naar het boek Misdaad en straf van de schrijver Dostojewski. Veel van de ideeën van filosofen rekent Prins tot pseudo problemen. Net zoals de stelling over het bestaan van andere geesten een pseudo probleem is. Een echt probleem is bijvoorbeeld de omgang met andere geesten.

Lessen uit het boek
Vanuit ons bewustzijn zijn wij gericht op intensionaliteiten. We richten ons daarmee op een intensionaal object. Het is het bewustzijn wat zijn gedachten denkt. Die gedachten vormen ons alter ego. Dat maakt dat je de ander alleen maar kan denken als ‘ik’. Zo vertelde Prins als inleiding voor het denken over Hussler. Aan de hand van het denken als ik resteert een trancendentaal bewustzijn. Dat zag er op het bord ongeveer zo uit:

BEWUSTZIJN  (alle mentale fenomenen)   >            INTENSIONALITEIT gericht         >            INTENSIONEEL OBJECT

Sartre (Cartesiaan en Russelliaan)
Volgens Prins was één van de gedachten van Sartre dat bij iedereen die je niet ziet je de ander kan denken. Dat maakt dat je die ander reduceert tot wat je van hem of haar ziet. Als voorbeeld noemde hij een meisje wat examen doet (en niet spiekt). De leraar komt en zegt: “jij spiekt”. Door die actie wordt het meisje gereduceerd tot iemand die gespiekt heeft. “De hel dat zijn de anderen”. Anderen worden gereduceerd tot wat ze voor je zijn. Daarmee doe je die ander altijd tekort.

Levinas
“De ander is een gat in de horizon”. (aanvullen)

 

[1]             Door Edmund Husserl ontwikkelde filosofische methode, die een heel nieuwe benadering van kennis voorstelt. De fenomenologische methode richt zich niet op de concrete dingen en hun samenhang, maar wil doordringen tot het wezen en de betekenis van de dingen, door middel van geestelijk-intuïtieve beschouwing.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *