Kort verslag lezing Descartes

“Is er een buitenwereld?” Tot op het moment waarop René Descartes die vraag stelde hadden nog maar weinig mensen zich hiermee bezig gehouden. Met het stellen van die vraag begon in de 17e eeuw de discussie over de vraag of je het bestaan van die buitenwereld kan bewijzen, zo vertelde de historicus professor dr. Han van Ruler aan de ongeveer 20 geïnteresseerde toehoorders die op 23 februari 2017 de lezing over Descartes bezochten.

De schotse filosoof David Hume maakte volgens Van Ruler een einde aan die ‘rare discussie’ waarmee het bestaan van een buitenwereld moet worden aangetoond. Hume stelde gewoon dat er een buitenwereld is. Helder, maar natuurlijk wel een vorm van filosofische capitulatie.

Wat Descartes met zijn vraag over het bestaan van een buitenwereld bedoelde en wilde bereiken is, zo vertelde Van Ruler, nooit echt duidelijk geworden. Want wat wilde hij bewijzen,

  • het bestaan van een ziel? Of;
  • het bestaan van God?

Als historicus is Van Ruler op een iets andere  manier dan filosofen te werk gegaan om de drijfveer achter het gedachtenexperiment van Descartes te ontdekken. Het meest frappante uit dit onderzoek was volgens Van Ruler dat Descartes zich afzette tegen het scepticisme door juist op dezelfde manier, als sceptist, te denken. Daarbij dacht Descartes op een andere manier dan beschreven in ‘Het voordeel van de twijfel’. Descartes was “in een heel andere rode draad geïnteresseerd.” Hij was geïnteresseerd in antwoorden op duidelijke vragen over het scepticisme. Maar, in plaats van antwoorden creëerde hij met die vragen een nieuw soort scepticisme . Geen antwoorden, maar de vragen bleven. Juist dat, die vragen die blijven maakt Descartes ook nu nog interessant.

Descartes begon zijn wetenschappelijke loopbaan als wiskundige. Uit zijn werk blijkt dat hij nooit getwijfeld heeft aan de waarheid van kennis. Zo schreef hij in 1620 een artikel over de breking van licht met behulp van optica. Gaf hij een verklaring voor het ontstaan en bestaan van de regenboog. Uiteindelijk wilde Descartes de hele wereld beschrijven met behulp van het bestaan van materie en beweging. Dat deed hij door het procesmatig beschrijven van mechanismen en deeltjes. Grappig voorbeeld van een theorie van Descartes was dat hij dacht dat door de omwenteling van de maan deeltjes werden samengeperst die deeltjes drukten vervolgens op de zee waardoor er eb en vloed ontstond.

Vanuit die wetenschappelijke kennis toen kwam Descartes op de gedachte dat er een verschil bestaat tussen hoe je in de binnenwereld de buitenwereld ervaart en hoe de buitenwereld er echt uitziet. Dat maakt dat onze binnenwereld in de visie van Descartes niet valt te beschrijven op de manier waarop we de buitenwereld beschrijven. In de binnenwereld krijgen we primaire ervaringen die we van nature van God hebben gekregen. Denk bijvoorbeeld aan licht, smaak en geluid. Die informatie zorgt ervoor dat we kunnen overleven, maar: het is geen betrouwbare informatie! Geen wetenschappelijke informatie. Neem bijvoorbeeld het ervaren van stank. Dat ervaar je in de binnenwereld als een waarschuwing. Maar die geur vormt in de buitenwereld, de plek buiten onszelf een natuurproces.

Het zijn van wetenschapper maakt ook het beeld van het gedachte-experiment anders. De boze-demon is er vanuit die optiek niet om de wereld te verklaren maar juist om twijfel te zaaien. Het totale niet weten is niet de inzet van Descartes. Wel wil hij daarmee de waarheid tussen haakjes plaatsen.

Volgens Descartes kan een mens met verstand en ervaring plus kennis van deeltjes en beweging reconstrueren hoe ervaring tot stand komt. Clou van het verhaal is natuurlijk dat Descartes zijn werk helemaal niet op de voor hem zo betrouwbare ervaring kon baseren omdat die ervaring niet betrouwbaar was. Wat bleef waren de vragen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *