Handig schema van Fred!

Vergelijking Descartes , Hume.

 

René Descartes  (1596-1650) David Hume(1711-1776)
·        Grondlegger van de moderne westerse filosofie

·       Rationalist.

·       Cartesiaans dualisme:

Absolute scheiding tussen lichaam en geest.

Lichaam is stoffelijk en neemt ruimte in. (res extensa)

De geest is onstoffelijk en neemt geen ruimte in. (res cogitans).

·       Pijn appelklier:  dat lost het probleem van de verbinding tussen geest en lichaam op.

·       Dieren hebben geen geest en bestaan alleen uit alleen uit materie.

·       Stekt dat de geest los gedacht kan worden van het lichaam (ciculaire redenering)

·       Radicaal twijfel experiment: Ik denk dus ik besta. (cogito ergo sum)

·       Introspectie: de directe exclusieve toegang tot de eigen bewustzijns inhouden.

·       Het ‘ik” in “ik denk , dus ik besta” is intrinsiek soliptistisch. Het “ik “ (zelf)is een bewustzijnsvorm die:

–          niet uitgebreidheid in de ruimte

–          Niet noodzakelijk is gelokaliseerd in een lichaam

–          Die overtuigd kan zijn van zijn eigen bestaan als res cogitans en van zijn eigen bestaan alleen.

–          Ondeelbaar.

·       Ik ben in strikte zin alleen maar een “denkend ding” (substantie)

·       Van een “denkend ding “ kan je geen voorstelling maken want dan maak je een vorm of een beeld van een lichamelijk ding.

·       Was-experiment: laat zien dat lichamen niet door zintuigen of door voorstellingsvermogen, maar alleen door het verstand worden waargenomen alleen op grond van het begrijpen.

·       Zintuiglijke waarneming is betwijfelbaar. Mijn geest is direct waar te nemen en dus zeker.

·       Buiten onze ervaring is er niets.

·       Empirist

·       We zijn niet meer dan een bundel ervaringen en herinneringen.

·       Vergelijking met ui: er blijft geen kern over.

·       Het zelf is een bundel ervaringen, overtuigingen en herinneringen die continu komen en gaan, continu in beweging.

·       Het “zelf” staat niet los van ons en kan niet los worden gedacht.

·       Persoonlijke identiteit is een fictieve eigenschap die we ons verbeelden.

·       Identiteit is niet bestendig en niet onafhankelijk

·       Het geheugen is cruciaal als bron van onze identiteit.

·       Herinnering ontdekt de identiteit door ons te tonen wat het oorzakelijk verband is tussen onze verschillende percepties.

·       Identiteit berust op:

–          Gelijkenis

–          Nabijheid

–          Causaliteit / oorzakelijkheid

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *